Han Sieveking (directeur Fotoacademie) over series tijdens een interview met de (toenmalige stockburo) EAGER

Fotografen die hun opleiding hebben genoten aan de Fotoacademie vallen op doordat zij al bekend zijn met conceptuele fotografie en seriematig werken. Daar valt voor veel fotografen iets te winnen. Tijd dus voor een gesprek met Han Sieveking, directeur en oprichter van de Fotoacademie over het creëren van beeldverhalen.

Vanwaar de aandacht voor seriematig werken bij de Fotoacademie?

Het begint ermee dat we onze studenten willen leren grip te krijgen op de beeldende kracht van een foto. Een eerste foto over een onderwerp is snel gemaakt. Probeer maar eens een goede tweede en derde te vinden die echt onderscheidend zijn en iets aan het geheel toevoegen. Daarvoor moet je de eerste foto ontleden, waarom is die foto interessant? Het maken van een serie is daarin een goede oefening.

Aan welke criteria voldoet een goede fotoserie?

Een goede fotoserie moet voldoen aan de vooraf gestelde criteria. Om een fotoserie te beoordelen moet je dus weten welk doel de fotograaf beoogde en wat de fotoserie teweeg brengt bij de kijker. Als die twee matchen, dan is het een goede fotoserie. Vanuit technisch oogpunt kun je zeggen dat er niets in de fotoserie mist en dat je niet de neiging hebt om gekozen beelden weg te laten. In dat geval is een serie nog niet af. Een belangrijk aspect van fotoseries is dus een goede selectie. Bij de Fotoacademie trainen we onze studenten om fotoseries behalve een goede vorm ook diepgang op de inhoud te geven. Tot slot moet je rekening houden met de presentatie, bijvoorbeeld welke beelden toon je op welk formaat (groot / klein) en in welke volgorde.

Is er een (vaste) werkwijze om te komen tot een fotoserie?

Een vaste werkwijze is er eigenlijk niet te geven, voor iedereen werkt dat toch weer anders. Als je wilt leren fotoseries te maken kan het helpen om te beginnen met het bedenken van een concept, dit vervolgens uit te werken in schetsen van beelden die je wilt gaan maken en pas daarna te gaan fotograferen. Een vast recept is er eigenlijk niet. Je moet vooral veel uitproberen en op zoek gaan naar goede combinaties van foto's.

Bestaat er een taxonomie (red: indeling in groepen) voor het indelen van fotoseries?

Bij de Fotoacademie hebben we hier wel een aantal ideeën over. Om een aantal elementen te noemen: je hebt

  • beeldverhalen,
  • fotoromans (met van die ouderwetse tekstballonnetjes),
  • sequenties (met een heel vast format),
  • documentaires,
  • reportages en
  • samengestelde beelden die soms ook collages worden genoemd.

Hierbij gaat het allemaal om stilstaande beelden. Interessante ontwikkeling vind ik op dit gebied de combinatie met bewegende beelden. Dit kan in de vorm van een stopmotion of een stopmotion in combinatie met video. De fotograaf bepaalt dan hoelang iemand zijn beeld ziet en de volgorde waarin de beelden worden getoond. De kijker krijgt zo minder invloed en de fotograaf kan dwingender zijn visie overbrengen. Een fotoboek is hier overigens ook een goede vorm voor.

Ter inspiratie: welke fotoseries vind je zelf boeiend?

Zelf ben ik fan van het werk van Duane Michals en Paul de Nooijer. Maar laat ik het iets moderner kiezen. Neem bijvoorbeeld de serie Hustlers van Philip-Lorca diCorcia. Ik vind met name zijn manier van fotograferen boeiend, die je kunt duiden als een grovere penseelstreek. Hij weet een bepaalde spanning, suspense, op te bouwen die elk beeld een extra lading geeft. Het is bijna filmisch. Een ander goed voorbeeld vind ik Tracey Moffatt. Zij maakt meer geënsceneerde beelden. Het interessante vind ik dat die een maatschappelijke inslag hebben. En dan van Nederlandse bodem natuurlijk Erwin Olaf. De series Hope en Grief vind ik erg interessant. Hij is heel goed in styling, je voelt de sfeer in de beelden en kan het verhaal er zo zelf bij invullen.